De zee

jongetje2

 

Ik verlang naar de zee

de zee in de zomer

nergens anders op aarde

besta je echter.

Alles is daar wat het is.

 

Kinderen spelen met water en zand

er is alleen dat water en dat zand

een dag op het strand

is eindeloos.

 

Wandelaars sjalommen om de kinderen heen

de wind waait om hun hoofd

hun blote voeten spetteren door de branding

hun ogen dwalen over de horizon

ze zijn aan het vergeten.

 

Overal poedelen en tutteren halfnaakte mensen

dik dun kort lang mooi lelijk oud jong

gemoedelijk alles gewoon want het is

goed genoeg, er is ruimte genoeg

ja zo was toch het paradijs.

 

Het ruisen is een welkome wand

en brengt tegelijk alles tollend dichtbij

de lijn van de horizon zal nooit wijken

de zee is groen en blauw en wit en grijs en is en is

de golven komen en gaan het houdt nooit nooit op

na eb komt er altijd weer vloed en daarna weer eb en vloed

kalm beweegt de zon ook vandaag houdt niets hem tegen.

 

Meeuwen krijsen en ruzieën rondjes door het blauw

als de avond valt pikken ze de branding in

genadeloze keurmeesters van wat aanspoelt.

Van wie is de zee?

Iedereen heeft een lot.

 

Verlicht door de ondergaande zon

wordt alles een sprookje

alles verstilt

en valt op zijn plaats.

 

Kinderen weten dat.

Plotseling kijken ze op

het lijkt of iemand ze roept

met een schok zijn ze binnenin de zee de horizon de kleuren de onmetelijke ruimte

binnenin het grote

bestaan ze heel klein in het grote.

 

Philo van de week

Nooit heb ik het drukker dan wanneer ik vrije tijd heb - Cicero
Schilderij: De jonge Cicero, 1464, Vincenzo Foppa

Philo van de week