Het sprookje Pracht in de Gracht

Er was eens

en is nog

een oud stadje, Zaltbommel.

 

Om het stadje zijn muren gebouwd

en wallen

en een gracht

een heel bastion

bedoeld om piefpafpoef te doen

PrachtindeGracht11


en ja, de Spanjaarden vertrokken met stille trom.

 

De gracht liep uit op de Waal

En daarna toch maar niet.

Dijken, sluizen, dammen

want alles dreef en alles zwom er

en wat niet zwemmen kon ging dood.


PrachtindeGracht9


Muren, wallen en gracht zijn er nog steeds

zonder nut

in de spiegel van de tijd

woekeren de planten

flonkert het water

staan de bomen roerloos

zijn witte eenden onschuldig

spreiden aalscholvers voldaan hun vleugels

liggen meerkoetnesten open en bloot

snateren waterhoentjes in het wilde weg

en we praten en we zingen en we lachen allemaal.

PrachtindeGracht3 

 

 

 

 

 

 

 


Mooi. Nog mooier.

We verzinnen dingen in het water. Dingen?

Kunst.

Steden van plastic

een gapende krokodil

een hoorn des overvloeds

fabuleuze insecten

een tempel

een hoedje van papier

een hoofd van graniet

liggende kruipende poepende mensen

wolken zonder wachtwoord

en wat dies meer zij in abstracto

de gracht weerspiegelt alles trouw.

PrachtindeGracht10 

 

 

 

 

 

PrachtindeGracht4


Ik ging naar Bommel om die dingen te zien

elke bocht gaf een ander vergezicht.

Een bootje kwam langzaam

door de brug gevaren

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

 

Zij ruilt vast graag de hemel in

voor dit paradijs

vrolijk zal zij gezongen hebben

met loftrompet en dikke draak

‘En temidden van die rommel, rommel

dreef de torenspits van Bi-Ba-Bommel

en temidden van die rommel, rommel

dreef de torenspits in ’t rond.’

PrachtindeGracht6 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Maar nee het was mijn moeder niet

fatum, fata morgana, watte? Een luchtspiegeling

het leed is geleden, de horizon schijnt

‘s avonds at ik gerust mijn zandgebak.

 PrachtindeGracht7

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar huis over de Waal

kwam ik over de nieuwe brug.

Het water stroomde maar,

de zon scheen er maar in

zoals honderd, duizend, honderdduizend maal.

Duizenden jaren kon het water nog stromen.

En als de aarde verging

dan was er eigenlijk nog niks gebeurd.

PrachtindeGracht8 

 

 

 

 

 

 

 


Daarna kwam nog zoveel tijd

er kwam geen einde aan de tijd.

Was ik maar weer in Bommel

dreef ik maar op het water

was ik maar een spiegeling

lang en gelukkig.

 

Met fragmenten uit: 

Boudewijn de Groot: Het land van Maas en Waal

Martinus Nijhoff: De moeder de vrouw

Onbekende liedschrijver: In die grote stad Zaltbommel

Nescio: De uitvreter

Karl Marx: brief aan Nanette Philips

 

Het tweejaarlijkse kunst-event Pracht in de Gracht duurt in 2015 nog t/m 5 september.

 

Philo van de week

Verdraagzaamheid is een onderdeel van rechtvaardigheid - Marcus Aurelius

Philo van de week